Hoe zorgen we voor goede stageplekken, sterke begeleiding en voldoende kansen voor mbo-studenten? En hoe blijven we onderwijs ontwikkelen dat aansluit op een veranderende arbeidsmarkt? Over deze en andere vragen ging minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rianne Letschert tijdens een bezoek aan de locatie Aspasialaan van ROC Mondriaan in gesprek met bestuurder Rianne van der Meij, onderwijsdirecteur Flora van Eck, adjunct-directeur Sylvia Strooband, bestuurder van Middin, Emmeke van Eersel, docenten en studenten. Het werd een open gesprek over wat goed gaat, waar studenten en onderwijs tegenaan lopen en over wat nodig is om het mbo verder te versterken.
Een belangrijk onderwerp was de verbinding tussen onderwijs en werkveld. Goede stageplekken en begeleiding zijn essentieel om studenten voor te bereiden op hun beroep. Tegelijkertijd vraagt opleiden in de praktijk veel van organisaties en hun medewerkers. ROC Mondriaan werkt daarom nauw samen met partners in de regio aan manieren om leren en werken duurzaam met elkaar te verbinden. Bijvoorbeeld door te investeren in stagebegeleiding, zij-instroom, Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en vormen van leren waarbij studenten en professionals zich samen blijven ontwikkelen.
Ook de positie van mbo-studenten op de arbeidsmarkt kwam aan bod. Studenten ervaren soms dat werkgevers voor bepaalde functies of stageplekken de voorkeur geven aan hbo-opgeleiden. De minister reageerde daar duidelijk op: “Als een instelling geen mbo’ers wil, alleen maar hbo’ers, dan word ik zo boos. Iedere werkgever moet zuinig zijn op talenten.”
Later in het gesprek sloten vier studenten aan. De minister stelde hen uitgebreid vragen over hun opleiding, stage en ervaringen in de praktijk. Hun verhalen lieten zien hoe leerzaam én intensief een stage kan zijn. Zo vertelde een student over een acute situatie met een bewoner waarin zij snel moest handelen. Een andere student vertelde hoe zij tijdens haar stage leerde omgaan met lastige reacties van patiënten. Juist zulke ervaringen maken zichtbaar hoe belangrijk het is dat studenten tijdens hun opleiding goed worden voorbereid op wat zij in de praktijk tegenkomen. Vakinhoudelijke kennis is daarbij belangrijk, maar ook goede begeleiding, zelfvertrouwen, weerbaarheid en aandacht voor het welzijn van studenten. Daarnaast kwam de inzet van een breed oriëntatiejaar voor opleidingen en beroepen in zorg en welzijn aan de orde. Zo kunnen jonge studenten nog beter een keuze maken voor wat echt bij hen past.
De studenten brachten zelf ook onderwerpen in. Zo vroegen zij de minister hoe zij kijkt naar stagediscriminatie en stagemisbruik en wat daartegen kan worden gedaan. De minister benadrukte dat dit een gezamenlijke verantwoordelijkheid is en dat ook werkgevers daarin een belangrijke rol hebben. Met het opleggen van een vast bedrag als stagevergoeding wil ze voorzichtig zijn. Dat zou het aantal stageplaatsen eerder omlaag brengen.
Ook internationalisering van het mbo kwam aan bod. Internationale ervaringen kunnen studenten helpen om zelfstandiger te worden, hun blik te verbreden en zich verder te ontwikkelen in hun vak. Tegelijkertijd gelden binnen het mbo stevige eisen voor de beheersing van de Nederlandse taal. Dat kan het lastiger maken om onderwijs flexibel en internationaal in te richten, bijvoorbeeld voor studenten die goed Engels spreken maar het Nederlands nog niet op het vereiste niveau beheersen. In het hbo en wo is daar meer ruimte voor. De minister gaf aan dat zij dit verschil lastig vindt uit te leggen. “Als je steeds maar zegt: dit is niet voor jullie, dan gaan ze dat ook nog geloven. En dat is zonde.”
Het bezoek werd afgesloten met een rondleiding over het PraktijkPlein op de Aspasialaan. Daar zag de minister hoe studenten met oefenpoppen, simulanten en realistische praktijksituaties worden voorbereid op hun toekomstige beroep. Dat maakte indruk. “Het ziet er superprofessioneel uit. Net echt, heel realistisch allemaal”, reageerde de minister. Daarmee kwam aan het einde van het bezoek mooi samen waar het gesprek over ging: studenten de ruimte geven om te leren, te oefenen en zich te ontwikkelen, in nauwe verbinding met de praktijk.
De minister vertrok met de belofte haar best te doen de ideeën en ervaringen uit het gesprek mee te nemen. Dat studenten zelf aan tafel zaten en hun ervaringen en vragen konden delen, maakte het gesprek extra waardevol. Want als het gaat over de toekomst van het mbo, is hun stem onmisbaar.