Screeningsinstrument schriftelijke toetsen                                                        
Datum:

Opleiding:      BOL  /  BBL     
Cohort: Deelkwalificatie:  
Onderwijseenheid:  Toetscode:  Versie:
Toe
tsnaam:
De toets is afkomstig van:
De toets is gescreend door:         

A. Gaat het om beroepshandelingen die beter      in de praktijk getoetst kunnen worden?


ja


nee

deels

 

B. Taalniveau  Uitgangspunt bij screening:

niveau (lezen)

  niveau (schrijven)

 

 

1.      Is het niveau van gevraagde leesvaardigheid in de toets hoger dan nodig is voor het bereiken van de vereiste competenties?

 


ja


nee

 

2.      Is het niveau van gevraagde schrijfvaardigheid in de toets hoger dan nodig is voor het bereiken van de vereiste competenties?

 


ja


nee

n.v.t.

 

3.      Passen de beoordelingscriteria bij het taalniveau dat uitgangspunt van deze screening is?

 


ja


nee

n.v.t.



C. Tekst en vormgeving van toetsinstructies en toets

1. Introductie

 

 

 

a. Is er een introductie op de toets die duidelijk maakt op welke     competenties de toets betrekking heeft?


ja

nee

 

b. Is de introductie op de toets begrijpelijk voor de deelnemer?


ja

nee

 

2. Lay-out

 

 

 

a. Is de lay-out duidelijk en functioneel?


ja

nee

 

b. Zijn de illustraties functioneel en duidelijk?


ja

nee

n.v.t.

c. Is er voldoende ondersteuning in de vorm van     illustratiemateriaal?


ja

nee

n.v.t.

3. Vragen 

 

 

 

a. Zijn de vragen duidelijk en ondubbelzinnig?


ja

nee

n.v.t.

b. Worden er in een vraag meerdere opdrachten tegelijk gegeven?


ja

nee

n.v.t.

c. Worden er (dubbele) ontkenningen gebruikt? 


ja

nee

n.v.t.

d. Is alle (omringende) tekst bij de vragen nodig?


ja

nee

n.v.t.

4. Zinnen en teksten

 

 

 

a. Worden er onnodig lange zinnen gebruikt?


ja

nee

n.v.t.

b. Worden er complexe zinnen gebruikt?


ja

nee

n.v.t.

c. Worden er onnodig lange teksten gebruikt?    


ja

nee

n.v.t.

d. Kan de context voor alle groepen deelnemers volledig     bekend verondersteld worden? 


ja

nee

 

5. Woorden

 

 

 

a. Zijn de in de toets gebruikte vaktaalwoorden nodig voor het     bereiken van de vereiste competenties?


ja

nee

n.v.t.

b. Past de instructietaal in de toets bij de taal nodig is het     bereiken van de vereiste competenties?


ja

nee

n.v.t.

c. Worden er moeilijke woorden of constructies gebruikt die niet     relevant zijn voor het bereiken van de vereiste
    competenties?  


ja

nee

 

d. Worden er typisch Nederlandse uitdrukkingen of beeldspraak     gebruikt? 


ja

nee

 

e. Staan er spelfouten of stijlfouten in de toets?


ja

nee

 
















































Vraagnr.

Toelichting en suggesties voor verbetering

Bijvoorbeeld:
C3c


De vragen 3, 4 en 12 bevatten een ontkenning.


Welke acties worden er geadviseerd na de screening?
 

Situatie1: De toets voldoet aan alle criteria   

Actie:

als voorbeeld laten zien aan collega’s

de maker van de toets informeren

anders, n.l.

Situatie 2: De toets voldoet niet op onderdeel A   

 

Actie:
een andere toetsvorm  ontwikkelen
het probleem onder de aandacht brengen van de maker/taaldeskundige/
      toetsdeskundige/…………. :
anders, n.l.

Situatie 3: De toets voldoet niet aan ้้n of meer van de criteria bij  onderdeel B   

Actie:

een nieuwe toets maken die wel aan de criteria voldoet
de beoordeling veranderen

het probleem onder de aandacht brengen van de maker/taaldeskundige/
      toetsdeskundige/…………. :
        
anders, n.l.

Situatie 4: De toets voldoet niet aan ้้n of meer van de criteria bij onderdeel C     

 

Actie:
de toets op de betreffende onderdelen verbeteren
het probleem onder de aandacht brengen van de maker/taaldeskundige/
      toetsdeskundige/…………. :
       
anders, n.l.